Een baan om jaloers op te worden

Er is geen paadje of duintje in De Geul en de Bollekamer dat Benno Bakker niet kent. Al vijfentwintig jaar wandelt of fietst hij er een paar keer per week om te kijken of alles goed gaat met de Schotse Hooglanders en Exmoor-pony’s die er grazen.

Benno heeft een speciale band met ‘zijn’ dieren. Vol liefde vertelt hij over ze. Over de inmiddels overleden koe die een soort crèche beheerde, bijvoorbeeld. ‘Zij hield het toezicht op de kalveren, zodat de andere moeders rustig konden grazen. Als je te dichtbij kwam, dan ging ze voor je staan en gingen die enorme horens naar beneden. Afstand houden!’ Lachend: ‘Die koeien zijn heel duidelijk in hun communicatie. Ze zijn heel rustig, maar je moet ze niet lastigvallen. Het blijven toch wilde dieren.’

Een andere keer werd hij gebeld door wandelaars met een alarmerend bericht over een creperend ponyveulen. ‘Het lag te rochelen en had het schuim op de bek. Ik zat in een vergadering, maar ben er gelijk heengereden. Toen ik aankwam, met mijn stropdas nog om, zag ik het al. Het jong had zoveel bij zijn moeder gedronken, dat hij snurkend in slaap was gevallen, de melkresten nog rond zijn bek. Ik klap in mijn handen, hij schiet overeind en ik zeg tegen die mensen: er zit toch nog aardig wat leven in.’

Veekoopman

De 65-jarige Benno is zoon van een Texelse veekoopman, die jonge rammen en koeien opkocht die te oud werden om te melken. Ze werden naar grazige weiden gebracht en eenmaal dik genoeg verkocht voor de slacht. ‘Mijn vader had TBC gehad. Hij was een slimme zakenman, maar niet sterk. Mijn broer en ik deden het fysieke werk. Voeren en de stal schoonmaken voordat ik ’s ochtends naar school ging.’

Na een studie aan de hogere landbouwschool stortte Benno zich in 1979 samen met Marc van Rijsselberghe (inderdaad: de vader van windsurfkampioen Dorian!) en hun echtgenotes in een nieuw avontuur. Op de boerderij Sint Donatus bij Den Hoorn ontdeden ze de biologisch-dynamische landbouw van het imago van geitenwollen sokken. ‘Wij streefden naar kwaliteit. Het was pionieren. We waren de eersten met een agrarisch bedrijf in combinatie met een zorgboerderij, camping en winkel. We zijn maatschappelijk ondernemer van het jaar van Noord-Holland geweest. Ik heb het drieëntwintig jaar gedaan. Prachtig werk. Daarna was het tijd voor iets anders.’

De afgelopen zeventien jaar bewees Benno ook in de zakelijke wereld uit de voeten te kunnen. Hij werkte bij twee accountantskantoren op het eiland, bij softwareontwikkelaar SnelStart en maakte als adviseur van de Waddengroep promotie voor Texels lamsvlees. Tegenwoordig werkt hij samen met het bedrijf InnofundNL aan innovatieve projecten op het gebied van duurzame energie. Leuk en interessant werk, maar vaak zit hij uren per dag in de auto. Eenmaal thuis is het goed te weten dat zijn dieren op hem wachtten. ‘Eerst de autostoel uit mijn rug en de onrust uit mijn lijf krijgen. Dat lukt heel goed door een rondje te lopen of te fietsen en op een duintop stil te staan en om je heen te kijken.’

Groene sprieten vreten

Samen met collega Piet Monster houdt Benno het toezicht over in totaal zo’n veertig Schotse Hooglanders en twintig Exmoor-pony’s. Die grazen daar om de biodiversiteit te verhogen, zoals dat in termen van natuurbeheer heet. ‘Ze vreten bijvoorbeeld de groene sprieten tussen de heide weg, waardoor die meer ruimte krijgt. Dat werkt heel goed. Er wordt nog maar een enkele keer gemaaid.’

Staatsbosbeheer koos ooit voor deze dieren omdat ze weinig zorg nodig hebben. Ze zijn eigendom van Gradiënt Natuurbeheer, een Gronings bedrijf dat zich inzet voor ecologisch en duurzaam onderhoud. De runderen en pony’s scharrelen zelf hun eten en drinken bij elkaar en hebben ook bij een bevalling geen hulp van een boer of veearts nodig. Benno begon zijn taak vijfentwintig jaar geleden namens Sint Donatus. ‘Het was best spannend voor een boer die zijn vee altijd om zich heen had. In de eerste strenge winter ging ik met een rugzak met een bijl erin op pad om een wak te hakken. Dat bleek niet nodig. Op veel plaatsen komt zoet kwelwater omhoog. Dat bevriest niet snel, waardoor er altijd drinkwater is.’

Ook bijvoeren is nooit nodig geweest. ‘In de zomer vreten ze zich vet, in de winter mogen ze maximaal twintig procent aan lichaamsgewicht verliezen. Dat gebeurt bijna nooit. Aan het eind van de zomer onderzoeken we hun gezondheid. Hebben ze een goede kans om de winter te overleven? Zo niet, dan halen we ze eruit en gaan ze terug naar het Groningse moederbedrijf of naar de slacht. Ze zijn heel slim. Ik heb ze met hun kop de sneeuw zien wegduwen om bij het gras eronder te kunnen. In het voorjaar lopen ze soms tot hun nek door het water om de groene toppen uit de lissen te happen. Ze zoeken de plantensoorten waarin de meeste voedingswaarde zit. Zowel de koeien als de paarden lopen een rondje door het hele gebied. Voor mij is steeds weer de vraag waar ze grazen. Ondertussen kan ik het aardig voorspellen.’

Tien hectare per dier

Een vergelijking met de soms hongerlijdende dieren bij de Oostvaardersplassen gaat volgens Benno mank. ‘Onze koeien en paarden hebben veel meer ruimte: gemiddeld tien hectare per dier. Dit is een supergebied. En ze hebben een dikke vacht. Niemand hoeft medelijden met ze te hebben.’

Dat geldt ook voor Benno zelf. Staatsbosbeheer vindt het voldoende als hij eens per week een rondje maakt. ‘Maar ik ga zeker twee keer per week en soms nog vaker. Het liefst ’s ochtends vroeg of ’s avonds. Dan kom je helemaal niemand tegen. Gisteren heb ik nog een hele tijd staan kijken naar twee buizerds die met een kraai aan het knokken waren. Dat is echt genieten.’

TexelNU
kranten online

Winter 2018

Winter 2018

Zomer 2018

Zomer 2018

Voorjaar 2018

Voorjaar 2018

Winter 2017

Winter 2017

Zomer 2017

Zomer 2017

Voorjaar 2017

Voorjaar 2017

Winter 2016

Winter 2016

Zomer 2016

Zomer 2016

Voorjaar 2016

Voorjaar 2016

Winter 2015

Winter 2015

Zomer 2015

Zomer 2015

Voorjaar 2015

Voorjaar 2015

Winter 2014

Winter 2014